Op weg naar La Roque d’Antheron

Dag één, maandag 31 juli.Zo’n 1200 km op het programma. Doen we het in één of in twee dagen? De reis moet dat maar bepalen. Hoe vervelend? Hoe zijn we er fysiek aan toe? Wel of geen vertraging? Is het haalbaar voor donker? Zijn we veilig bezig? Van deze vragen is het één en ander afhankelijk.
’s-Gravenzande-La Roque d’Antheron. Daartussen Rotterdam-Breda-Antwerpen-Brussel-Luxemburg-Metz-Nancy-Dyon-Lyon-Valence-Avignon. Vertrek half vijf in de morgen. Het geluid van de kroeg trilt nog na op de trommelvliezen van Netty en Marja die om half twee pas, onverantwoord laat, uit het muziek walhalla van de “wel heel Ouwe Droog” (café) komen rollen.

Kees propt de dames op de passagiersplaatsen waar zij de ruimte en tijd krijgen om uit te stuiteren. De kilometers tot Luxemburg doen hun ontnuchterende werk. De reis verloopt nagenoeg perfect. Alleen bij Dyon is het ‘uien’. Het verkeer wordt van de tolweg afgeleid. Alles op de ‘Route Nationale’. Deze is niet berekend op het gigantische aanbod. Voor deze trechter komt dat ons op dik een uur vertraging te staan en zes km file. Vlak voor wij op de RN geperst worden, worden de barricades verwijderd en is Mister Mazda een van de eersten op een nagenoeg lege tolweg. Onderweg wordt de oorzaak van de vertraging duidelijk. Onze neuzen zijn de ogen voor. Een vrachtwagen uien ligt ondersteboven, gehakt, gefruit en in ringen. Dat moet een klap geweest zijn.

Bij Lyon wordt het drukker en drukker. Toch kunnen we aardig doorstampen. De weg loopt niet dicht. Wel de lucht. Bij Orange worden onze vermoeide ogen ten overvloede geteisterd door wat fikse buien. We kunnen blijven rijden. Het valt Kees allemaal niet tegen. Hij is bekend met de trip. Hij heeft hem meermalen gestuurd. Derhalve, ervaren, routineus of ….. routeneus: neus voor route.
Tussen Avignon en Marseille bij Senas weg van de snelweg: we betalen de tol voor de slijtageslag. Oostwaarts kruipen wij voor de resterende 20 km de provincie (Provence) binnen. Om half acht melden wij ons moe, voldaan en met een leeggegeten koelbox op de camping. Daar ontvangt het tentdoeken gasthuis ons met open armen, al geheel op de aankomst voorbereid. Ons rest nog koffie, geen pap meer zeggen, lekker slapen, Elf uur, de dag klapt dicht. Rust voor 400 km per chauffeur. Verdiend.

De volgende aflevering: 3. Dwars door de Lubéron

Vorige aflevering:

1. Waar was jij in de zomer van 1989?
2. Op weg naar La Roque d’Antheron

2018-10-29T13:00:43+02:00

Over de auteur:

Een oud reisverslag uit 1989. Mijn vriend Kees is ziek. Ernstig ziek. Ooit gingen wij een keer op vakantie naar Zuid-Frankrijk. Kees die toen al graag schreef, heeft daar onze belevenissen opgetekend. Ik vond het verslag laatst op de zolder. Met veel plezier hebben we het verhaal in Vlissingen, waar hij nu woont, samen met zijn vrouw teruggelezen. Nu Kees niet lang meer te leven heeft, ook al hoop ik nog steeds op een wonder, hebben we besloten dit verhaal met jullie te delen. Het was een doodgewone vakantie maar toch buitengewoon, gekeken door de ogen van Kees.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.