Verhuizen naar St. Laurent

Dag acht, maandag 7 augustus. Het valt reuze mee. In het restant van de nacht vervalt Kees tot een vredige slaap. Zijn uitwendige verteringskanaal laat hem verder met rust. De lever heeft het gif verstouwd. Ten overvloede een bewijs dat de werking van de organen bevredigend verloopt. Een lichte voedselvergiftiging en drie uur later de afrekening. Mooier kan niet. Het moet de half doorbakken biefstuk geweest zijn. Dat was de afwijkende ‘bordbekleding’ in vergelijking met die van Marja en Netty.

Een laatste test op het tenniscourt toont aan dat afreizen verantwoord is. Het vertrouwen daarin hadden we al. Er is al afgerekend eer de eerste bal geslagen is.

Dan het opbreken. Hier domineert Kees de activiteiten. Hij dirigeert het orkest der slopers. Alleen hij weet hoe de Mazda gevoed moet worden. Zodanig dat alles mee kan. Een hele truc, alle aanwezige lucht moet vervangen worden door bagage. Proppen, fragmenteren van kleding, keukenspullen en etenswaar. Alles op een eigen plekje en zoals gezegd, Kees regelt dat zoals een echte dirigent; ondemocratisch, teneinde een perfecte harmonie te bereiken. Marja raakt onder deze autoritaire druk zichtbaar ontstemd. Individu als zij is zorgt zij voor wat dissonanties. Moedig slaat Kees zich hier doorheen. Hij behoudt het overzicht. Morgen krijgt Marja het dirigeerstokje weer terug.

Dan de 100 kilometer lange tocht oostwaarts. Een prachtige rit die ons stuurt langs bijna uitgebloeide lavendelvelden waarvan wij de geur gretig opsnuiven. Achter elke bocht, na elke berg een ander landschap. Zo geschakeerd alsof we getuige zijn van een vlot gepresenteerde diapresentatie. Marja, nog moe van de energie vretende opbreek opwinding neemt al deze genietingen nauwelijks waar. Netty ook niet. Zij is slechts gefocust op geld. Wederom blijkt dat men bij een bank gemakkelijker geld los krijgt met een revolver dan met een gedekte eurocheque. De reis verloopt vlotjes binnen twee uur. De geplande camping opent zijn poorten. Er is nog plaats in de herberg. Een meevaller want op 7 augustus zitten alle Fransen in het zuiden vanwege hun vakantieperiode. Alles overvol.

Kees, als doorgewinterde kampeerder, maakt een van zijn stabiele dagen door. Het valt niet tegen, het valt niet mee. Derhalve staat zijn gezicht strak en gepland zoals de zon aan de hemel. Zijn enige onzekerheid betreft de onvoorspelbare stemming van de vrouwen. Aanvankelijk staan hun postzegels vol scepsis maar na een verkenning slaat dat soepel om in enthousiasme. Wederom realiseren zij zich dat het nastreven van het paradijs op aarde een haalbare kaart is. Dit in tegenstelling met wat ons vroeger is voorgelogen. Om 17.00 uur staat de tent. Er wordt wat gegeten, een wasje gedaan. De plek niet ideaal. Het uitzicht wel. De ondergrond is stenig (slecht voor het grondzeil). Onder de dennenbomen (hars op het tentdoek).
We pikken het. Prolongeren het genieten. Even dreigt het mis te gaan. De camping is voor een stonde verstoken van water en licht. Direct leidt dit tot problemen. Verstopte wc’s en dreigende cholera als gevolg van een pijlsnel reducerende hygiëne doordat de westerse mens in zijn welvaart vol luxe gemakken niet meer tot improviseren in staat is.
Opeenhoping van mensen wordt pas een zichtbaar probleem wanneer men ook hun stront op één hoop gooit. Dat merken we ’s nachts. Enkele malen worden we geconfronteerd met een penetrante golf rotte eierenlucht.

Wordt morgen alles beter?
We zullen zien. Eerst voor Kees een roerige nacht. Zijn matras ligt niet waterpas. Dromen van watermakende schepen waar ieder desperaat het hoogste en veiligste punt zoekt. Zijspanraces waarin hij de bakkenist speelt en zijn schouders voelt schuren over het hete asfalt en traumatisch hellende bochten. Ook van vliegtuigen waar hij uitrolt en zich nog net met de topjes van zijn nagels aan de vleugelpuntjes kan vastklampen. Deze dromen beheersen zijn nacht. De onnatuurlijk stand van het hoofd doet de kwijl er uitlopen en na een wending is hij de anderen weer tot last omdat het overgaat in gesnurk.

Ook dat is kamperen. Daar maal je niet om. Morgen bijstellen. Verder nieuwsgierig naar de komende dagen. St. Laurent du Verdon een mooie camping, een fraai ongedacht meer met een aardig strandje.

Volgende aflevering: 11. Intermezzo

Vorige afleveringen:

1. Waar was jij in de zomer van 1989?
2. Op weg naar La Roque d’Antheron
3. Dwars door de Lubéron
4. Avignon op het programma
5. Marseille we komen er aan
6. De kamperende triangel
7. Het mooie Aix en Provence 
8. Pont du Gard, Nîmes en Arles
9. Rustdag.. hoewel rust
10. Verhuizen naar St. Laurent

2018-10-29T13:23:49+01:00

Over de auteur:

Een oud reisverslag uit 1989. Mijn vriend Kees is ziek. Ernstig ziek. Ooit gingen wij een keer op vakantie naar Zuid-Frankrijk. Kees die toen al graag schreef, heeft daar onze belevenissen opgetekend. Ik vond het verslag laatst op de zolder. Met veel plezier hebben we het verhaal in Vlissingen, waar hij nu woont, samen met zijn vrouw teruggelezen. Nu Kees niet lang meer te leven heeft, ook al hoop ik nog steeds op een wonder, hebben we besloten dit verhaal met jullie te delen. Het was een doodgewone vakantie maar toch buitengewoon, gekeken door de ogen van Kees.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.